Wanneer
- woensdag 22 april 2026 van 19:30 tot 21:30 uur
Locatie
In veel steden van het Romeinse Rijk was tot een derde van de mannelijke bevolking lid van een zogenaamd collegium. In zijn lezing gaat Koen Verboven in op wat collegia van met name handelaars en ambachtslieden deden. Kan je zo’n privévereniging vergelijken met middeleeuwse gilden?
Beroepsverenigingen – onder meer van bouwondernemers, textielproducenten, (binnen)schippers en bakkers – werden steunpilaren van het stadsleven. Ze leverden diensten aan steden en keizerlijke administraties, in ruil voor privileges. Gaandeweg werden sommige collegia, zoals die van zee- en binnenschippers of groothandelaars, ook ingeschakeld in de voedselvoorziening van de hoofdstad Rome. Dat leidde tot toenemende regulering en controle. In de late oudheid werd het lidmaatschap van sommige collegia zelfs verplicht en erfelijk.
Koen Verboven is hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Universiteit Gent. Hij is gespecialiseerd in de sociale en economische geschiedenis van de klassieke oudheid, met een bijzondere interesse in monetaire geschiedenis en numismatiek, vriendschap en patronage, beroepsverenigingen (collegia) en de toepassing van economische theorieën in historisch onderzoek.

